home Surfspin
index Zee-ezel
index etymologie


Beste Zee-ezel…

 

Komt prakken van prak of komt prak van prakken?

 

Prakken betekent ‘je eten fijnmaken’. Prakken doe je tegenwoordig met een vork, maar vroeger, toen de meeste mensen niet met mes en vork aten, net zo goed met een lepel.*

Het zelfstandig naamwoord prak is afgeleid van het werkwoord prakken in de betekenis ‘drukken, persen’: je drukt het eten tot moes. Wat ontstaat is een prak, een prakje of - op z’n Hollands - een prakkie.

Prak komt dus van prakken.


* Zie bijv. Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands: prakken ‘eten met een vork fijnmaken’. Daarentegen Bisschop (1862) ‘Prakken wordt hier [in Dordrecht] gebruikt voor het fijnmaken der aardappelen, hetzij met een lepel, hetzij met een vork’ of Boekenoogen (1897): prakken: ‘Eten met een vork of lepel fijn drukken’.


Literatuur:
Etymologisch woordenboek van het Nederlands, Ke-R. Zie prakken.
Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). Zie prakken II.
W. Bisschop, Het Dordsche taaleigen. In De Taalgids, jg. 4, 1862.
G.J. Boekenoogen, De Zaansche volkstaal. 1897. Zie prakken.



Etymologiebank: naar het lemma prakken op Etymologiebank.nl.
Surfspin: naar alle vragen aan drs. Zee-ezel.
Naar het HOME van de Surfspin.


Geplaatst op 15 januari 2013.

© Surfspin 2013