Geachte drs. Zee-ezel …

 

Hoe spel je de verleden tijd van skiën?

 

De verleden tijd enkelvoud van een zwak werkwoord maak je door aan de stam de uitgang -de of -te te plakken. De verleden tijd enkelvoud van skiën spreek je uit als /skiede/. De verleden tijd eindigt dus op -de.

Normaal is de stam het hele werkwoord min de uitgang -en. De verleden tijd van skiën zou dan *skide zijn. Maar er is hier een e toegevoegd, zodat de spelling wordt:

skiede


Deze spelling past mooi bij de spelling van de tegenwoordige tijd skiet:

Vroeger skiede Marit ieder weekend, nu skiet ze nog maar een paar keer per jaar.


Er zijn veel samenstellingen die beginnen met ski-. Dit zijn er zes:

skikoffer
skilengte
skiles
skipiste
skischoen
skivakantie

In deze samenstellingen is het eerste deel óf het zelfstandig naamwoord ski, óf de stam van het werkwoord skiën.

—  Probeer van elk van deze samenstellingen te zeggen of het woorddeel ski- het zelfstandig naamwoord of de werkwoordsstam is. Daarvoor moet je naar de betekenis kijken.



Onze Taal: naar het advies van de Taaladviesdienst.
Taalunieversum: naar het advies van Taaladvies.net.
Surfspin: naar alle vragen aan drs. Zee-ezel.
Naar het HOME van de Surfspin.


Geplaatst op 14 oktober 2011.

© Surfspin 2011