Geachte drs. Zee-ezel |
Wat is de verleden tijd van mimen?
Het werkwoord mimen (uitspraak: /miemen/) is gevormd uit het zelfstandig naamwoord mime (uitspraak: /miem/). Het woord mime komt uit het Frans. Mime is een vorm van drama waarbij wordt gespeeld met grote gebaren en duidelijke gezichtsuitdrukkingen.
Normaal wordt de verleden tijd van een zwak werkwoord gevormd door aan de stam van het werkwoord -de of -te toe te voegen:
werkwoord bouwen, stam bouw, verleden tijd bouwde
werkwoord fietsen, stam fiets, verleden tijd fietsteMaar bij sommige werkwoorden die we uit een andere taal hebben geleend, bijvoorbeeld racen (van Engels to race), zou je in dat geval het woord verkeerd uitspreken: werkwoord racen, verleden tijd niet racte.
Bij zulke leenwoorden is de stam van het werkwoord niet het hele werkwoord min de uitgang -en, maar het hele werkwoord min de uitgang -n.
Die stam gebruiken we net als de stam van een inheems werkwoord.
Het is dus:werkwoord racen, stam race, verleden tijd racete (uitspraak: /reeste/)
Ook bij mimen zou je de verleden tijd verkeerd uitspreken als de stam het hele werkwoord min de uitgang -en was. Daarom is de verleden tijd niet mimde.
Net als bij racen krijg je de stam door alleen -n weg te halen.werkwoord mimen, stam mime, verleden tijd mimede (uitspraak: /miemde/)
Je schrijft: ik mime, jij/hij mimet
De verleden tijd van mimen is: mimede
Het voltooid deelwoord van mimen is: (heeft) gemimedJe schrijft: ik skate, jij/hij skatet
De verleden tijd van skaten is: skatete
Het voltooid deelwoord van skaten is: (heeft) geskatetJe schrijft: ik race, jij/hij racet
De verleden tijd van racen is: racete
Het voltooid deelwoord van racen is: (heeft) geracet
Surfspin: naar alle vragen aan drs. Zee-ezel.
Naar het HOME van de Surfspin.
Geplaatst op 19 april 2011.
© Surfspin 2011