home > spelling



A
1.  aardbeienjam (regel 2)
2.  buitenbad (regel 1)
3.  gedachtekronkel (regel 3)
4.  geheugensteuntje (regel 1)
5.  krentenbrood (regel 2)
6.  paardengek (regel 2)
7.  roggeveld (regel 4)
9.  secondewijzer (regel 3)
9.  talenknobbel (regel 2)
10. zwaartekracht (regel 4)

B
1.  beukennotenhoning, want beuk en noot hebben alleen een meervoud op -en. Dus tweemaal regel 2.
2.  geitenwollensokken, want geit heeft alleen een meervoud op -en en wollen eindigt al op -en (net als gouden- in goudenregen). Dus regel 2 resp. 1.
3.  goudenmedaillewinnaar, want gouden eindigt al op -en (net als wollen) en medaille heeft alleen een meervoud op -s. Dus regel 1 resp. 3.
4.  keukenmeidenroman, want keuken eindigt al op -en en meid heeft alleen een meervoud op -en. Dus regel 1 resp. 2.
5.  paddenstoelenkenner, want pad en stoel hebben alleen een meervoud op -en. Dus tweemaal regel 2.
6.  pannenkoekenrestaurant, want pan en koek hebben alleen een meervoud op -en. Dus tweemaal regel 2.


Ga naar het werkblad Tussen-n.
Ga naar de pdf-centrale.
Ga naar het HOME van de Surfspin.


Geplaatst op 30 december 2005, het laatst gewijzigd op 13 februari 2007.

© Surfspin 2005-2007