home > geschiedenis > tijd van ontdekkers en hervormers
home > geschiedenis > Canon van Nederland > Beeldenstorm (godsdienststrijd)

 

Schilderij van Dirk van Delen (Rijksmuseum, Amsterdam).

De Beeldenstorm

  de vlam slaat in de pan


Maarten Luther was een geleerde Duitse monnik, die veel kritiek had op de katholieke kerk. Hij wilde dat de katholieke kerk zich ging hervormen (veranderen). De paus vond Luther een onruststoker en deed hem in de ban.* Toen stichtte Luther een nieuw soort christelijk geloof: het protestantisme. De aanhangers van dit geloof heten protestanten. Dat zijn dus christenen die niet katholiek zijn.


In de tijd van Luther regeerde keizer Karel de Vijfde over een groot deel van Europa. Karel wilde eenheid in zijn rijk en wilde dat iedereen katholiek bleef. Hij vond ook dat hij, als machtige katholieke vorst, de katholieke kerk moest beschermen. Daarom liet hij de protestanten vervolgen. Zij werden ‘ketters’ genoemd. Op ‘ketterij’ stonden strenge straffen. Protestanten konden op de brandstapel terechtkomen.

Filips de Tweede

Filips de Tweede

In 1555 werd Karel opgevolgd door zijn zoon, Filips de Tweede. Filips werd koning van Spanje, maar ook heer der Nederlanden. Hij benoemde zijn halfzus, Margaretha van Parma, tot landvoogdes over de Nederlanden. Zij moest dit deel van zijn rijk namens hem besturen. En Filips benoemde hoge Nederlandse edelen tot stadhouders* van de verschillende gewesten (provincies) van de Nederlanden. Willem van Oranje werd stadhouder van de gewesten Holland, Zeeland en Utrecht.


Tijdens de regering van Filips kwam in de Nederlanden het calvinisme op. Calvinisten waren protestanten die aanhangers waren van de Franse theoloog* Johannes Calvijn. Filips liet de protestanten nu nóg strenger vervolgen. Op 5 april 1566 trokken 200 Nederlandse edelen naar het paleis van de landvoogdes in Brussel om haar een smeekschrift aan te bieden. Daarin vroegen de edelen om de strenge geloofsvervolging te verzachten. Toen de stoet binnentrad, zei een raadsman tegen de landvoogdes: ‘Wees niet bang, mevrouw, het zijn maar geuzen (‘bedelaars’). Dat hoorden de edelen. Ze maakten van de spotnaam een geuzennaam* en gingen zich ‘geuzen’ noemen.


Margaretha beloofde dat ze met de koning zou overleggen en zette de geloofsvervolging voorlopig stop. De protestanten zagen dit als een overwinning en werden overmoedig.* Ze gingen hagenpreken houden. Dat waren kerkdiensten op het platteland, waar rondtrekkende predikanten in de openlucht het protestantse geloof preekten.


Pieter Bruegel

Pieter Bruegel de Oude, De prediking van Johannes de Doper.
Op dit schilderij uit 1566 (!) heeft de schilder waarschijnlijk een hagenpreek uitgebeeld.

Op 10 augustus 1566 werd bij het Vlaamse stadje Steenvoorde een hagenpreek gehouden. Na afloop trok een groep calvinisten naar een nabijgelegen klooster en vernielde de altaren en heiligenbeelden. Dit heet een beeldenstorm. De protestanten vonden de aanbidding van heiligenbeelden afgoderij. Ook vonden ze dat een kerk kaal en sober hoort te zijn. Die zomer werden ook in veel andere delen van de Nederlanden kerken en kloosters geplunderd. Al deze beeldenstormen samen noemen we de Beeldenstorm.


Toen koning Filips van de Beeldenstorm hoorde, werd hij woest. Hij stuurde een leger naar de Nederlanden om de orde te herstellen. Het leger werd aangevoerd door de hertog van Alva. Alva stelde de Raad van Beroerten in. Dat was een rechtbank die de beeldenstormers ging vervolgen. Meer dan 1000 mensen werden terechtgesteld.* Alva liet de (katholieke) graven Egmond en Horne onthoofden, omdat zij de beeldenstormers niet hadden gestraft.


Veel protestanten vluchtten naar het buitenland. Willem van Oranje vluchtte naar Duitsland. Vandaaruit wilde hij in de Nederlanden een opstand ontketenen tegen de Spaanse koning. In 1568 trok zijn leger de Nederlanden binnen. Daarmee begon ‘de Opstand’ oftewel de Tachtigjarige Oorlog.

 

* De paus deed Luther in de ban. Dit betekent dat hij hem uit de rooms-katholieke kerk zette. Zoals je weet is de paus het hoofd van de rooms-katholieke kerk.
* Dat stad- in het woord stadhouder betekent niet ‘stad’, maar ‘plaats’ (zoals in in plaats van). Een stadhouder bestuurde één of meer gewesten als plaatsvervanger van de koning.
* Een geuzennaam is een scheldnaam die de beledigde juist als een erenaam gaat gebruiken. De naam krijgt dus een positieve in plaats van een negatieve betekenis.
* Een theoloog is een geleerde die de christelijke godsdienst bestudeert.
* Overmoedig betekent onvoorzichtig, omdat je denkt dat er niks fout kan gaan.
* Terechtstellen betekent ‘voor straf doodmaken’.




Entoen.nu: info over de Beeldenstorm op de website van de Canon van Nederland.
Entoen.nu: Canonclip groep 7 en 8 over de Beeldenstorm (3:41 minuten).
SchoolTV: Onrust in de Nederlanden (filmpje van 3:05 minuten).
Willem Wever: wat gebeurde er tijdens de Beeldenstorm? (film van 24:23 min.).
Surfspin: naar het vorige onderwerp van de Canon van Nederland: Karel de Vijfde.
Surfspin: naar het volgende onderwerp van de Canon van Nederland: Willem van Oranje.
Surfspin: naar het keuzemenu Geschiedenis.
Naar het HOME van de Surfspin.


Geplaatst op 18 januari 2010, het laatst gewijzigd op 15 februari 2011.

© Surfspin 2010-2011